Posts tonen met het label over lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label over lezen. Alle posts tonen

vrijdag 8 mei 2009


Als ik een ´literaire´ thriller ga lenen uit de bibliotheek en die ook nog ga lezen, dan weet ik dat ik op moet passen. Het is een duidelijk teken: ik ben te moe, te druk, een beetje overwerkt. Dan kan ik geen Engels meer lezen noch ´echte´ literatuur.

Als ik ben uitgeslapen, gebeurt er iets anders. Dan kan ik juist die thrillers niet verdragen. Ondanks een ijzersterk plot verveel ik me. Ik krijg de zinnen niet verteerd.

Hoe kan dat nu toch? Die vraag houdt me al een aantal weken bezig. Hij schampt aan de discussie over wat echte literatuur nu eigenlijk is. Ik schreef eerder over de meningen van Gerrit Komrij, die vindt dat middelbare meisjes de literatuur verpesten. Echte literatuur gaat over ernstige zaken, vindt hij. Dat leek me geen goed antwoord.

Onlangs voegde Connie Palmen er een nieuw onderscheid aan toe. Je hebt nietsnutten en schrijvers die kunstenaar zijn. Tot die laatste categorie rekent zij zichzelf. En echte kunstenaars vermijden clichés: in stijl, structuur en wat al niet.

Toegepast om mijn wisselende stemmingen: misschien kan ik clichés amper verdragen als ik energiek ben, en vallen ze me nauwelijks op als ik uitgeput ben.

Toch is dit antwoord onvolledig. Ik weet zeker dat veel alom erkende Grote Literatuur clichés bevat: in onderwerp (de lie-hief-de), in structuur (de Bildungsroman), in plot (vreemdeling gooit bestaande verhoudingen overhoop). Ook Palmens werk grossiert in clichés, zoals in De Wetten, waarin het jonge meisje zich laaft aan wereldwijze mannen.

In het zeer inspirerende How fiction works citeert literatuurcriticus James Wood een passage uit John Carrés werk. Goed gedaan, oordeelt hij. Nice writing, en gegeven de normen voor hedendaags thrillers is het zelfs magnificent.
Even verderop veroordeelt hij het proza even helder met ''commercieel realisme''. Het is efficient geschreven proza, gericht op het voortstuwen van het plot, maar de passage zelf typeert Wood als a clever coffin of dead conventions.

Grote literatuur is écht realistisch, aldus Wood, en in korte stukjes formuleert hij zijn argumenten voor deze stelling. Die stukjes gaan over de vrije indirecte rede. Over de spanning tussen de stem van de auteur, de stem van het personage en de taal van de wereld waarin beiden zich begeven. Over het mysterie van metaforen en de inzichten die een treffend detail je kunnen geven. En vooral ook over de auteurs die Wood zo liefdevol bespreekt.

Wood pleit voor een vorm van realisme die waarachtig is, waarin de woorden het leven zélf voortbrengen. Als dit vaag klinkt, dan heeft u gelijk. Mijn formuleringen schieten te kort. Leest Wood! Daar word je veel wijzer van....

dinsdag 10 maart 2009

Middelbare meisjes verpesten de literatuur


''Ze hebben ontdekt dat middelbare meisjes, zo tussen de 30 en 45, de enigen zijn die boeken lezen. Op zichzelf is dat heugelijk."

Aan het woord is Gerrit Komrij in het programma van Pauw & Witteman, gisterenavond, 9 maart. Achter hem verschijnen op groot doek titels van populaire boeken, zoals Krijg nou tieten van Claudia de Breij, en titels van Heleen van Royen en Susan Smit en Saskia Noort en collega´s.

Komrij: "Minder heugelijk is dat het literatuur geworden is. Literatuur wil iets anders dan die zorgjes over zwangerschap en plastische chirurgie. Literatuur gaat over hoe je in de wereld staat, over reflectie. Literatuur wil je begeleiden bij hele ernstige vraagstukken", aldus Komrij. Waarna hij een fijne misogyne rede mag uitspreken over de dames die met hun zorgjes de literatuur verpesten.

Ach, die arme meneer Komrij. Hij denkt dat de dames het gedaan hebben! Want tja, zwangerschap, dat is geen ernstig vraagstuk, en het zegt natuurlijk he-le-maal niets over hoe je in de wereld staat! Nee: volgens de Komrij de literatuur op sterven na dood en moet de literatuur, in de persoon van Komrij, zelf iets terugzeggen!

Niet alleen de vrouwen krijgen de schuld van de teloorgang van de literatuur. "De grote verraders zijn de universiteiten, journalisten en bibliotheken. Ze hebben de literatuur eruit gegooid en vervangen door dit soort vrolijke lectuur en dat heeft de literatuur zelf heel marginaal gemaakt."

Liever dan boeken lezen, praten mensen over boeken. Komrij zelf ook. Hoewel zijn narrenpak hem wat stijfjes maakt, geniet hij zichtbaar van de reacties op zijn ondeugende opmerkingen! Láchen! Waardering! Het moet heerlijk voor hem zijn.

Maar tja, die akelig dunne analyse van 'de literatuur', die blijft ook hangen. Dat geklaag over autobiografisch gezever van vrouwen is te gemakkelijk te pareren met het even autobiografisch gezever van Martin Bril over zijn kanker, Maarten van Buuren over zijn depressie of de bestseller van Thomése over zijn doodgeboren kind. Dat soort zorgjes, gaat daar literatuur over? Gatsie.

Waarom geen woord over het genot van langzaam lezen, van woorden proeven in plaats van wat bladeren door láppen journalistiek proza die je alleen maar aan Brinta doen denken? Van je zó willen concentreren op de inhoud van een tekst, dat het lezen van één bladzijde meer dan een uur kost?
Hier zit, denk ik, het echte geluk van literatuur. En dat geluk vereist een vaardigheid die je moet leren en moet onderhouden. Aandacht en concentratie zijn echt goud waard in deze tijden van recessie. Zou meneer Komrij daar eens een pleidooi voor kunnen houden? Lachen!