maandag 22 maart 2010
Burger King
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.
Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
- Als deze wanhoop ons Walhalla is,
als hier het ware leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.
Menno Wigman in Zwart kaviaar (2001)
donderdag 24 december 2009
'Wat daar borrelt is de mening'
Ik heb begrepen dat ook het spreken in het Nederlands parlement de voortzetting is van het bedrijven van propaganda met andere middelen. Zowel gebrek aan welbespraaktheid als gebrek aan tact is daar een deugd geworden; deze gebreken zouden in het theater van de politiek, maar vermoedelijk ook daarbuiten, authenticiteit representeren. Stompzinnigheid, onnadenkendheid, leugenachtigheid, immoraliteit; zolang de acteerprestaties maar goed genoeg zijn en we kunnen concluderen: hij overtuigde het publiek, hij meende het.
Vurig geloof aan een zaak, geveinsd of niet, is belangrijker dan de waarheid. Het volk accepteert eveneens niemand meer als expert, want iedereen is zelf expert in het diepst van zijn gedachten, en niet alleen in het diepst van zijn gedachten, ook in het dagelijks leven. De expertise van anderen is ontmaskerd als een machtsinstrument om weerloze burgers te misleiden en te onderdrukken, iets wat zo spoedig mogelijk een halt toegeroepen zou moeten worden. Wat anderen hebben gezegd, geschreven en gedacht, is alleen maar een hindernis bij het spontane individuele denkproces. Diep in de burger borrelt iets op; wat daar borrelt is de mening.
Écriture automatique gold bij de surrealisten als een belangrijk artistiek proces, voor de hedendaagse burger is dat de penséé automatique geworden. Wat opborrelt in de mens moet snel naar buiten, daaraan moet lucht gegeven worden. In Nederland anno 2009 is de vrijheid gelokaliseerd in het maagdarmkanaal.
Ach, misschien is het nooit anders geweest."
Arnold Grunberg, een verkorte versie van zijn lezing voor het Genootschap van Hoofdredacteuren, gepubliceerd in VN, 5 december 2009.
zaterdag 19 december 2009
vier populairwetenschappelijke schrijfwetten
2. Eenvoud is niet hetzelfde als eenvoudig;
3. De helft van de lezers is slimmer dan het gemiddelde;
4. Inzicht is een genot.
Dirk van Delft in Academische boekengids 78, januari 2010, p. 7.
donderdag 29 oktober 2009
Baksteen
Annelies Verbeke in VN, 31102009
maandag 20 juli 2009
Kruim
te groot, het past ons niet en niet
in onze hoofden
maar wat aan mootjes, haksel is, verkiezeld,
kruim, gepureerd, verstoven of ontbonden -
al het verdeelde zit voorgoed in ons.
uit: Eva Gerlach, Niets bestendiger
Pessoa
Op een buitensporig duidelijke dag,
Dag waarop men zin heeft veel gewerkt te hebben
Om daarop juist niet te werken,
Zag ik een glimp, gelijk een weg tussen de bomen,
Van wat wellicht is het Grote Geheim
Dat Grote Mysterie waarvan de onechte dichters spreken.
Ik zag dat er geen Natuur is,
Dat Natuur niet bestaat,
Dat er bergen zijn, valleien, vlakten,
Dat er bomen zijn, bloemen en grassen,
Dat er stenen zijn, rivieren,
Maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort,
Dat een ware, werkelijke samenhang
Een ziekte van ons denken is.
De Natuur bestaat uit delen zonder een geheel.
Misschien is dat zogenaamd mysterie waar ze het over hebben.
Dit was wat ik zonder denken of bij stilstaan
Begreep dat de waarheid moest zijn, de waarheid
Die allen uit vinden gaan zonder te vinden
En die ik alleen, omdat ik niet uit vinden ging, gevonden heb.
Pessoa (Alberto Caeiro) De hoeder van kudden, XLVII
donderdag 16 juli 2009
Als een dier achter je
Haast je niet…
Haast je niet. De tijd vergaat wel.
En al vergaat hij niet,
je hebt de wereld aan jezelf
je hebt het leven aan jezelf
en de dood als een dier
achter je, in je, naast je.
Haast je niet. De tijd vergaat wel
en de dood is als een deur,
die je kunt open doen
Leef niet het rechte der oplossing na.
Sta niemand na.
Spreek echter. Sommigen willen weten
Wat er valt te zien.
Hans Andreus
Uit: Variaties op een afscheid
woensdag 13 mei 2009
'Als er niets te denken is, dan schrijf je niet'
(..)
'Als je niet ingewikkeld schrijft, kun je de zaak niet belazeren. Volgens mij zijn er veel schrijvers die de zaak belazeren. Doordat ze niet willen vertellen, of wat ze niet begrijpen, ingewikkeld vertellen.'
(..)[A]ls je wilt weten wat iemand nou eigenlijk met zijn leven doet, dan moet je niet [A.F.Th] van der Heijden lezen. Want je weet absoluut niet wat die man met zijn leven doet. Hij doet waarschijnlijk niets met zijn leven. Hij zit in zijn kamer en bedenkt een leven. Maar niet van zichzelf. Je kunt dus niet zeggen dat hij een slechte schrijver is, maar het is niet meer interessant.
Je moet dus het schrijven niet gebruiken om je beroep ervan te maken. Je moet het schrijven gebruiken als hulpmiddel om te denken. En als er niets te denken is, dan schrijf je niet.'
J.J Volkuil in: Visser, W. (2008) Het gaat er niet wat je zegt. Het gaat erom wat zij begrijpen Sdu, p. 53-55.
maandag 11 mei 2009
Te koop aangeboden: babyschoentjes
'Het verhaal gaat, dat iemand Hemingway uitdaagde om een verhaal te schrijven in zes woorden. Het lukte. "Te koop aangeboden: babyschoentjes. Nooit gebruikt."'
Gelezen op de schrijfwebsite van Trouw: valkuil 28, door Hella Kuipers.
Sixwordstories is geinspireerd op Hemingways verhaal (tip van Jeanet van Omme
woensdag 22 april 2009
'De juiste zinnen liggen om de hoek'
‘Ik geloof niet in inspiratie. Ik geloof in het overtikken van het telefoonboek. Als je niet weet wat je moet schrijven, is dat het beste begin. Je komt vanzelf een naam tegen die een belletje laat rinkelen, in je hoofd, in je verbeelding. Tegelijkertijd geloof ik natuurlijk ook weer wel in inspiratie, maar het is niet zaligmakend. (...)
Inspiratie is voor een ander deel: openstaan. De wereld met open vizier tegemoet treden. Je moet het durven je te laten raken, door dingen waarvan je van te voren niet wist dat ze je zouden raken.
Uit het dagelijks leven komt alles wat ik schrijf. Inspiratie is ook: ontspanning, zelfvertrouwen. Niet in paniek raken; het goede komt toch wel, de juiste zinnen liggen om de hoek. Ze staan op het punt uit de duisternis te treden. Wachten, jagen, nooit verzaken. Wat betreft grotere verhalen, novelle-achtige teksten en romans - die ontstaan niet echt op een andere manier. Ze vergen wel meer. In principe vertrek je vanuit een paar zinnen, een of twee beelden; wat schrijven is, is kijken hoe ver je durft te gaan. Al schrijvend en vertellend kom je er achter wat je te vertellen hebt. Je weet het van te voren niet.'
vrijdag 3 april 2009
Esseej
geciteerd in NeVLin200E, p 7.
Gesmoorde snikjes
zondag 25 januari 2009
Drie griezels

Maurice Malliot, hoofdpersoon uit Koetsier Herfst, was tien jaar oud toen zijn ouders zich van kant maakten. Ze lieten hem een brief na:
"Een liefdesbrief. De mooiste die ik in mijn leven heb gehad. Eén passage eruit wil ik u niet onthouden opdat u er uw voordeel mee kunt doen: Er sluipen drie griezels in schaapskleren op de wereld rond: kennis, consensus en diepgang. Je zult ze pas herkennen als je groot bent. Zorg ervoor dat ze je niet verslinden en behoud je illusies!''
Uit: Charlotte Mutsaers, Koetsier Herfst, p 13.
maandag 24 november 2008
Vrouwen
Dat is de reden waarom perfectie zo zeldzaam is.
Men wacht tot men in de stemming is, terwijl het slechts aan onszelf ligt om daarin te komen.
Als een eerste brief niet geslaagd is, moet je een tweede schrijven, of een derde. Als ik opnieuw begin gaat het nog slechter, beweren veel mensen. Maar hoe weten ze dat?'
Belle van Zuylen, 5 april 1792
dinsdag 4 november 2008
Verraad
Pessoa, Boek der rusteloosheid, p.213. Geciteerd uit Tussentijd van collega Jeanet van Omme.
Fouten
Iedereen kan bij het schrijven een fout maken, zelfs een grammaticale, zelfs een schrijffout - maar zij die in de klassiek toga gehuld zijn, worden door een fout van hun stuk gebracht, al is het maar een kleine. (..)
Daarom moet een schrijver niet alleen aandacht hebben voor de taal, maar - in de eerste plaats - de juiste houding tegenover de taal zien te vinden.
Juist, dat wil zeggen, zo ongedwongen mogelijk.
Witold Gombrowicz Dagboek 1953-1969. Amsterdam: Atlas, 2007, p.52.
Jaloers
"Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pasteus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kunt aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren. Jaloers omdat ik een taal zou willen die geen betekenis draagt, maar bovenal intensiteit, een betekenis die aan de betekenis ontstijgt, en die je niet zozeer zou moeten lezen, als wel bezien, met de geletterdheid van het oog, de eruditie van het netvlies."
Erwin Mortier, Godenslaap. Amsterdam, de Bezige Bij, 2008, p.157
